Energy Lab gebruikt cookies om je surfervaring op deze site gemakkelijker te maken (taal,...). 

Menu

Hoe wordt data in het profwielrennen gebruikt?

Testing & Coaching

Data is in het hedendaagse wielrennen onmisbaar geworden. Elke maand komen er nieuwe sensoren op de markt die fysiologische, biomechanische parameters en aerodynamica in kaart brengen. Op dat vlak is er een enorme evolutie binnen het wielrennen ten opzichte van 15 jaar geleden. Energy Lab coach Wim Van Hoolst, tevens team- en performance coach bij Lotto Soudal, gaf op 31/03 een webinar waarin hij de kijker inzicht gaf in de verschillende tests en trackers die Energy Lab gebruikt ter begeleiding van de wielerteams en hoe onze coaches de daaruit voortvloeiende data toepassen. Hieronder lees je een samenvatting van de webinar. Wil je de webinar volledig herbekijken? Dat doe je onderaan de samenvatting.

1. Conditietest

Uit de analyse van de conditietest worden de aerobe drempel (basisuithouding) en anaerobe drempel (intensieve uithouding) van elke wielrenner bepaald. Deze waarden worden berekend aan de hand van het verloop van melkzuur tijdens de test. Op basis hiervan maakt Wim trainingsschema’s op, die elke renner optimaal voorbereiden op zijn specifieke doelstellingen. De renners weten precies hoelang ze aan welk vermogen en met welke hartslag moeten trainen.

Ken ook jouw optimale trainingswaarden. Boek een conditietest.

2. VLaMax test: de maximale sprinttest

Tijdens de VLaMax test worden het sprintvermogen en de snelheid van melkzuuraanmaak  berekend. Bij deze test meten we dus ook de hoeveelheid melkzuur vlak voor en tot 9 minuten na de test. Op basis van deze melkzuurwaarden en het verloop van het vermogen tijdens de test, berekenen we de VLaMax waarde. Hoe hoger de VLaMax waarde, hoe sneller de renner melkzuur kan aanmaken en hoe groter zijn anaerobe capaciteit dus is. Dat betekent dat er in korte tijd veel beschikbare energie kan vrijgezet worden, wat nodig is bij een demarrage of een sprint. 

Energy Lab Paul Raats Dsc 4105 1
VLaMax test in de praktijk

3. VO2  Max: het maximale zuurstofopnamevermogen

Bij een VO2 Max test wordt de in- en uitgeademde lucht geanalyseerd om het uithoudingsvermogen van de renner te kwantificeren. Profwielrenners scoren hier uiteraard veel hoger dan recreanten. De VO2 Max-waarde is dan ook een belangrijke parameter tijdens het scouten van nieuwe renners.

Benieuwd naar jouw VO2 Max? Boek een conditietest met VO2 Max meting.

Via een analyse van de ademhalingsgassen weten we hoeveel energie er verbrand wordt op de aerobe en anaerobe drempel. Dat is belangrijk voor de fueling tijdens wedstrijden en om specifieke trainingen, zoals Fat Max trainingen, op te maken.

4. DXA Scan: analyse van de lichaamssamenstelling

Via een DXA Scan weten we voor elke lichaamsregio de magere massa, botmassa, spiermassa en het vetpercentage. Dat moet worden opgevolgd om het effect te zien van krachttraining of de inname van voedingssupplementen.

Krijg inzicht in jouw lichaamssamenstelling. Boek een DXA Scan.

Via de app Myfitnesspal kunnen de renners gemakkelijk maaltijden registreren en zo zicht krijgen op de opgenomen macronutriënten per maaltijd. De sportdiëtiste bepaalt hoeveel kilocalorieën er per trainingsdag nodig zijn, rekening houdend met het voorziene aantal trainingsuren en het trainingstype.

0 G0 A1951
DXA Scan bij Energy Lab

5. Zweetanalysetest

Bij een tekort aan zout of vocht kunnen renners spierkrampen krijgen. Het is dus belangrijk om te weten hoeveel een renner zweet en hoeveel zout hij daarbij verliest. Via een zweetanalyse meten we de hoeveelheid zout per liter zweet.

Hoeveel een renner zweet, wordt berekend door het verschil in gewicht voor en na trainingen en wedstrijden te analyseren, rekening houdend met de voedsel- en drankinname tijdens de inspanning. Door dit zweetverlies te koppelen aan de temperatuur en de intensiteit van de inspanning, kan het zweetverlies in toekomstige wedstrijden zeer accuraat ingeschat worden.

Sweat Test Machine 138170Ea 5D37 4539 91F2 5036695E8D4C 1024X1024
Toestel voor zweetanalyse

6. PowerBreathe test

Via deze test bepalen we de ademspierkracht en het longvolume in rust. De PowerBreathe test is relevant wanneer er voor langere periodes boven de anaerobe drempel wordt gereden en de renners dus in ademnood komen. Ademspieren verbruiken ook energie. Hoe zuiniger renners deze gebruiken, des te minder energie ze moeten besteden aan het ademhalingssysteem. En des te meer energie er over is voor de grote spiergroepen.

Daarnaast meten we ook de werking van de ademspieren tijdens inspanning. Hierbij analyseren we het teugvolume en de ademfrequentie tijdens de conditietest. Het teugvolume is het aantal liter lucht dat je per ademteug opneemt. We nemen het teugvolume op niveau van de anaerobe drempel als referentie om deze waarde te evalueren. 

De combinatie van gegevens in rust en de resultaten tijdens inspanning bepalen de aandachtspunten om de PowerBreathe training op te starten.

20191206 110541
PowerBreathe test

7. Zuurstofsaturatiemeting

Voor de bepaling van het zuurstofpercentage in de spieren gebruiken we de Humon Hex. Dit werkt zoals een hartslagband, maar wordt gedragen rond de quadriceps.

Het zuurstofpercentage geeft goed weer wat er gebeurt in de spieren van een renner. Bij een anaerobe inspanning blijft het zuurstofpercentage zakken. Bij aerobe inspanningen stijgt het zuurstofpercentage terug in de spieren. Het laagste constante zuurstofpercentage is een indicator van het maximale aerobe vermogen

8. Tijdrittest op de piste

Met deze test streven we een zo hoog mogelijke snelheid aan een zo laag mogelijk vermogen na. Het effect van verscheidene positie- of materiaalaanpassingen worden hierbij getest. Het resultaat wordt telkens uitgedrukt in een bepaald vermogen t.o.v. de gereden snelheid en wordt onderling vergeleken. Hoe aero de renner is, wordt aangegeven met de zogenaamde CDA-score. 

Capture
Coach Wim Van Hoolst in overleg

De bovenstaande tests bepalen de aandachtspunten voor elke wielrenner. Iedereen heeft dus aparte werkpunten op basis van de verscheidene metingen en tests.

Foto header: © Photo News.

Herbekijk de webinar

Onbeantwoorde vragen tijdens live webinar

Tijdens de webinar hebben we niet de tijd gehad om elke vraag te beantwoorden, daarom beantwoordt Wim nog een aantal vragen hier:

  • Wat laat je de renners die mikten op de Tour de France nu doen, nu het onzeker is of deze al dan niet kan doorgaan?

Deze vraag wordt in deze Q&A sessie met Wim beantwoord.

  • Trainen tijdrijders in tijdrithouding? Hoe pas je dan hun schema aan? Want ik vermoed dat je een training van meer dan 2 uur toch niet in aero houding kunt doen. 

Het is geen enkel probleem voor een tijdrijder om 2 uur of langer op de tijdritfiets te rijden. Je moet inderdaad wel een onderscheid maken tussen een ontspannen houding of een specifieke tijdrithouding (smalle schouders, hoofd laag, …). In deze specifieke tijdrithouding zijn de intervallen in het begin zeer kort <30” maar deze worden wel snel opgebouwd tot +10 minuten.

  • Wordt er nog steeds veel nuchter getraind bij de profs?

Dat wordt nog gedaan, maar in verschillende vormen en afhankelijk van de periode van het jaar. Ideaal is om deze trainingen in te plannen in de algemene voorbereidingsperiode. Dan zijn deze type trainingen nog vlot combineerbaar met alle vormen van training, want de impact van nuchtere of “Train Low” training wordt vaak onderschat. We maken deze trainingen ook niet te lang.

  • Je gaf aan date er nul-metingen worden gedaan in het lab. Worden er ook nog metingen gedurende het seizoen uitgevoerd? Als dat niet zo is, hoe worden de trainingszones en trainingen aangepast gedurende het seizoen wanneer de waardes van de testen niet bekend zijn?

We nemen in de voorbereiding naar het wielerseizoen nog een tweede veldtest af op het trainingskamp met bijhorende lactaatmeting om ons op te baseren en om de trainingszones aan te passen. In de laatste rechte lijn richting de start van het seizoen plannen we ook nog 10 minuten all out tests zonder lactaatmeting om een goed beeld te hebben van hun prestatievermogen. Deze veldtest plannen we jaarlijks 2 tot 3 keer.

Op basis van training- en wedstrijddata kan je bijna dagdagelijks afleiden hoe de conditie evolueert. Hiervoor gebruiken we ook nog de software WKO5+.

Ken jouw optimale trainingswaarden

Boek een conditietest
Boek Een Conditietest